De Vensermolen

De oudst bekende afbeelding van de Vensermolen is te zien op een ‘Caerte van Amstellant’ uit 1593. Waarschijnlijk werd op dezelfde plek in 1638 een nieuwe molen gebouwd. In de zeventiende eeuw was de Venserpolder, die zich uitstrekte tussen het Diemermeer (Watergraafsmeer) en het Bijlmermeer, nog een drassig gebied. Om de snel groeiende stad Amsterdam van voedsel te kunnen voorzien wilde men dit waterrijke gebied geschikt maken voor bewoning en veeteelt.

In de loop der jaren is de molen regelmatig gerepareerd en gemoderniseerd.

Toen er in 1917 een gat in de kap van de molen woei, zijn de wieken verwijderd en werd in de molen een elektromotor met centrifugaalpomp geplaatst. De staat van de wiekloze molen was in 1930 zo slecht dat de kapzolder moest worden verwijderd, zodat alleen de molenromp overbleef.

Toen in 1978 een aantal polders werd samengevoegd, werd voor de bemaling van dit grote gebied het elektrische gemaal in de Vensermolen vervangen door een nieuw gemaal in een vrijstaand bakstenen gemaalhuis.

 

The oldest known depiction of the Vensermolen appears on a “Caerte van Amstellant” from 1593. It is likely that a new mill was built on the same site in 1638. In the seventeenth century, the Venserpolder—stretching between the Diemermeer (now Watergraafsmeer) and the Bijlmermeer—was still a marshy area. To provide food for the rapidly growing city of Amsterdam, efforts were made to make this water-rich land suitable for habitation and livestock farming.

Over the years, the mill was regularly repaired and modernized.

When a storm blew a hole in the mill’s cap in 1917, the sails were removed and an electric motor with a centrifugal pump was installed inside. By 1930, the condition of the sail-less mill was so poor that the cap floor had to be removed, leaving only the mill’s base.

When several polders were merged in 1978, the electric pumping station inside the Vensermolen was replaced by a new pumping station housed in a separate brick building.