Tini Karbet-Mast
‘Ik heb heel Diemen gebouwd zien worden.’
Tini Karbet-Mast noemt zichzelf een echte Diemenees: ‘Ik heb al jd alleen maar in Diemen gewoond. Ik wil hier nooit meer weg. Ik ben in Diemen geboren en opgegroeid en ik wil er ook in een kleed of een sacrofaag uit. Ze moeten me netjes opruimen. Ik wil geen rotzooi achterlaten in Diemen. Maar ik hoop nog wel even door te gaan.’
“Heden is er jool. Diemen hee een nieuwe school. De oude school is waarach g al van 1883. Diemens’ opa’s onverveerd hebben daar het ABC geleerd, in de school daar aan de Ouderkerkerlaan.”
'Ik ken het oude lagere-schoollied nog helemaal uit mijn hoofd. Ik ben geboren op het Rode Dorp – dat is nu helemaal weg. Mijn geboortedag was een heel bijzondere dag: 26 juni 1945 was de eerste van drie feestdagen om te vieren dat de oorlog was afgelopen. Ik heb in mijn leven op verschillende
plekken in Diemen gewoond: als kind op de Harmonielaan, op mijn 17e in een boerderij op de Ouddiemerlaan en toen dat te klein werd met drie kinderen kregen we van de gemeente een woning in de Kievietstraat. Daarna zijn we verhuisd naar het huis waar ik nu nog steeds woon. Dat is nu 50 jaar geleden. Toen was ik 30, nu ben ik 80. En nog steeds woon ik hier met veel plezier. Mijn jongste zoon woont met zijn vrouw en drie jongens schuin tegenover mij. We hebben veel aan elkaar. Mijn schoondochter vraagt vaak of ik nog wat nodig heb; ik vang de kinderen op na school of crèche. Ik hoop hier nog wel even door te kunnen gaan. Ik heb wel last van hartfalen maar ben net weer voor een jaar gezond verklaard. Gewoon niet te veel bij stilstaan van “jakkes, wat voel ik nu?”. En niet steeds binnenblijven. Al vind ik dat ook wel fijn: ik schrijf boeken vol met recepten. Voor de kinderen. Kunnen ze koken. Ze zijn veel te makkelijk met bestellen.‘
Op de plof naar gymnastiek
Ik bewaar de beste herinneringen aan de jd dat ik nog thuis bij mijn ouders op de Harmonielaan 38 woonde. We waren niet rijk, maar ik kwam uit een warm nest. Aanvankelijk waren we met zijn zevenen: ik heb één broer en drie zussen. Op mijn 9e kreeg ma de kolder in d’r kop en kwam er nog een zusje bij. Het was een fijn, gezellig gezin. Schat van een pa en een heel lieve moeder; je had altijd een arm om je heen. Mijn vader kon heel mooi tekenen en schilderen. De hele familie heeft werken van hem hangen. Voor ons maakte hij speelgoed. Twee keer in de week bracht hij mij en mijn zusje naar turnen. Op de plof: een oude Berini (brommertje). Ik heb hem maar één keer kwaad gezien. Maar bij ons thuis werd niet gemept. Pa zei: “ik heb ze nog nooit een timmer verkocht en ik doe het ook niet.” We gingen twee keer per jaar met het trammetje naar C&A in Amsterdam, vanaf mijn
derde. Dat was een heel avontuur: lopen naar Betondorp en dan met lijn 9 – achterlangs bij het
Centraal Sta on - naar de stad. Als jonge meisjes hielpen wij moeder in de huishouding. Als ma had
gewassen en gestreken moesten wij sokken stoppen, kleding verstellen, knoopjes aannaaien. Met de
radio aan: Paul Anka, The Everly Brothers. Ik zat op de Nijverheidsschool op de Hogeweg. Aan de
overkant zat een jongensschool. Wij hadden alleen maar meiden; zij alleen maar jongens. Dus dat
was dolle pret. De jongens van Diemen wilden niet dat de Amsterdamse jongens hiernaartoe
kwamen omdat ze de meisjes wegnamen. Soms werd er in het dorp geknokt: de nozems tegen de
boeren. Maar het liep nooit uit de hand, hoor. Ik heb ook nog een blauwe maandag gewerkt! Echt
waar! Bij Geste ner, een offset- en papierdrukkerij aan de Muiderstraatweg in een groot gebouw
waar nu advocaten en notarissen zi en. Ik was daar inpakster. Ik ben er weggegaan omdat ik zwanger
was.’
Volg ons